|
Havenbedrijf Rotterdam: de containerbinnenvaart, van origine een bron van expertise en innovatie Jos Helmer, senior business manager CBL van het Havenbedrijf Rotterdam Expertise leidt niet automatisch tot innovatie, er is ook creativiteit nodig. Pas dan versterken deze eigenschappen elkaar. | De CoBiVa (Container BinnenVaart) heeft al jarenlang veel expertise “aan boord” en is sinds het einde van de 70-er jaren van de vorige eeuw innoverend bezig geweest. Sinds het ontstaan van container lijndiensten per binnenschip, wat op zich een belangrijke innovatie is geweest, heeft zij veel nieuwe expertise opgebouwd. Er bestaat echter een hardnekkig misverstand over de CoBiVa. Men heeft de indruk dat deze sector niet innovatief zou zijn tot nu toe én dat zij niet tot samenwerking bereid is. Samenwerking op diverse vlakken lijkt immers een noodzakelijke voorwaarde om een volgende innovatie slag te kunnen maken en de noodzakelijke betrouwbaarheid terug te winnen, om zo de hen toegedichte volumes te kunnen “veroveren” en verwerken. De CoBiVa heeft hier al de eerste stappen gezet. | |
Voor de beeldvorming wil ik allereerst aangeven, dat de CoBiVa van meet af aan wél bereid is (geweest) om samen te werken. Sterker, de CoBiVa is op basis van vernieuwende opgerichte samenwerkingsverbanden in de jaren 70 ontstaan. Vervolgens zijn deze samenwerkingsverbanden in bedrijfsstructuren omgezet, waarna deze nieuwe bedrijven op hun beurt een tweede golf van samenwerkingsverbanden heeft opgezet. (Niederrhein Fahrgemeinschaft, Penta AG, Oberrhein Fahrgemeinschaft etc.). Deze toenmalige innovatieve samenwerkingsverbanden zijn nu weer deels uit elkaar gevallen, omdat de directe noodzaak voor zulke verbanden door de evolutie van het product was weggevallen: het bundelen van volumes van/naar de zeehavens op basis van een zo hoog mogelijke afvaartfrequentie.
Door de explosieve groei van de economie en de volumes van de laatste jaren, is er echter juist weer behoefte aan nieuwe samenwerkingsverbanden. Dit keer echter niet zo zeer om voldoende volumes per zeehaven te genereren, maar volumes per zeehaventerminal (ZHT) te bundelen, om zo betrouwbaarder en sneller in de zeehavens te kunnen worden behandeld. Deze ontwikkeling wordt inmiddels schoorvoetend op gang gebracht. Spreekwoordelijk keert de wal hier het schip. Door de klassieke manier van produceren bedienen de CoBiVa-schepen nog altijd een groot aantal terminals per aanloop van een zeehaven. Een aantal achterland terminals zijn individueel incidenteel in staat zelf op ZHT-niveau voldoende volume te genereren, een aantal echter niet. Wij zijn als HbR van mening, dat verdere bundeling van volumes op ZHT-niveau daar waar mogelijk in het achterland dringend gewenst is. Dit vergt echter van vele in de keten betrokken verantwoordelijke managers de capaciteit om over hun schaduw heen te kunnen denken. De daarvoor benodigde mentaliteitsverandering kost tijd. Daarnaast vraagt zo’n herinrichting van een proces, gelet op de grote lading volumes en daarmee verbonden datastromen, technologische ondersteuning en innovatie. Als HbR proberen wij dit te stimuleren. Middels Portbase wordt de uitwisseling van diverse berichten mogelijk gemaakt. Daarnaast ondersteunen wij processen die leiden tot proces- en IT-innovatie zoals de initiatieven van de VITO en de MIS-CoBiVa partners. Deze initiatieven zien wij uitmonden in een PAT-systeem (Planning Apart Together): een IT-systeem dat op basis van agenten technologie de planning van de diverse CoBiVa-operators op een intelligente manier coördineert, zonder daarbij de autonomie van de diverse bedrijven te beperken. Zo wordt de omloop in de havens geoptimaliseerd. Ook zal zo’n systeem de kade-efficiëntie verbeteren, doordat de CoBiVa beter gecoördineerd de ZHT’s kan bezoeken en de betrouwbaarheidsgraad toeneemt. Dit laatste leidt tot minder (onverwacht) ladinguitval. Innovatie vraagt niet alléén om nieuwe technologie! Tussen de partners in de logistieke keten is ook in grote mate een nieuwe manier van proces denken noodzakelijk. Er moet bereidheid tot het delen van informatie tussen de partners in de keten ontstaan. Deze trend wordt door ons ondersteund. Samen met de CoBiVa Partners en de Universiteit van Twente onderzoeken wij momenteel de mogelijkheid om een intelligent planning coördinatie systeem voor de CoBiVa in de Rotterdamse haven te ontwikkelen. Eind september 2009 zal deze studie door de diverse partijen worden afgesloten en zullen we in staat zijn een beslissing te nemen over de invoering, het businessmodel, het programma van eisen etc. Vervolgens zullen parallel aan de invoering van zo’n systeem spelregels tussen de diverse ketenpartijen moeten worden ontwikkeld, om zo de randvoorwaarden waarmee zo’n coördinatiesysteem kan rekenen te definiëren. Deze spelregels kunnen op termijn dan uitmonden in ketenbrede afhandelingcondities, wat ook weer een innovatie op zich zou betekenen.
Als dit alles tot een positief resultaat leidt, zijn wij er van overtuigd, dat de CoBiVa haar plaats in de modal split kan terug veroveren en verder kan verbeteren. Dit alles op basis van expertise én innovatie, hierin is het EICB ook een belangrijke speler die de CoBiVa mede verder ontwikkelt.
|